Herfstflits


In de herfst van 2018 won ik het Gouden Penseel voor het boek Fabeldieren, geschreven door Floortje Zwigtman, zag ik twee te gekke concerten (eentje in een klein zaaltje in de Bijlmer, en de ander in de Oetkerhalle in Bielefeld) en ik veranderde van huis. Er was een omslag voor tijdschrift Lezen die ik maakte, ik kocht mijn eerste tekentafel ooit en stond met tekeningen in de Tirade. Voor het boek ‘de schelmenstreken van Reinaert de Vos’, geschreven door Koos Meinderts, maakte ik een tekening. Ook mocht ik twee workshops geven bij de Teekenschool van het Rijksmuseum en kocht ik veel nieuwe tekenmaterialen. (Desalniettemin bleef ik in de herfst chronisch ontevreden met de tekeningen die ik maakte.)

Zomerflits





De podcast ‘De Eeuw van de Amateur‘ (luistertip!) had een rubriek die ‘de krant van drie maanden geleden’ heette, waarin Botte het nieuws van, ja, drie maanden terug vermeldde. Oud nieuws voelt vreemd, als een gepasseerd station dat na het passeren ook nog opgeheven wordt. Het voelt ook raar om een dagboek bij te houden, circa 150 dagen na de desbetreffende dagen. Het voelt stom om nú een samenvatting te schrijven over de zomer van 2018, maar als ik al het raar en stom aan de kant schuift, het voelt nog vreemder om het níet te doen. Ik ruim mijn computer op, bekijk foto’s en probeer vorig jaar te reconstrueren. Het lukte me de laatste jaren steeds slechter om een besef van tijd en duur te behouden. Als mijn moeder aan de telefoon vroeg wat ik het afgelopen weekend had gedaan, kon ik eigenlijk niet echt antwoord geven. Dat is waarschijnlijk omdat je als tekenaar geen harde scheiding hebt tussen werk en vrije tijd, doordeweeks en het weekend, en omdat de dagen zo geleidelijk in elkaar over dimmen. Nu ik de foto’s bekijk denk ik, aha, ik heb ook andere dingen gedaan dan ’s nachts wakker geleden en ’s dags boven de tekentafel gepiekerd.

D
e zomer van 2018. Ik zag mijn familie aan moederskant voor de jaarlijkse familiedag op de kermis van Oosterhout, waar wij altijd als groep snel overprikkelde en gevoelige mensen ons laten vermoeien door licht en geluid. We spelen dan spelletjes kamelenrace en eigenlijk blijven we zitten tot bijna ieder van ons wel een keer gewonnen heeft. Vroeger kregen wij van oma Bakx geld voor de kerremis, dat ze aan ons gaf vanuit een ligstoel. Het voelde als een plechtig moment en ik was er altijd heel zenuwachtig voor. Ik herinner me ook dat ze ons eens veel te veel kermisgeld gaf, omdat ze door dementie niet meer begreep wat een geschikt bedrag was, en dat mijn zus en ik voor een kort moment in de wolken waren, totdat we bij deur het geld weer moesten inleveren bij mijn moeder.

Later deze zomer ging ik met Konrad naar Bielefeld, om mijn eerste paar bergschoenen ooit te kopen. Daarna gingen we door naar München, waar hij moest werken, ik vulde de tijd met het wandelen in de Englischer Garten en het Deutsches Museum, en met tekenen en lezen. We reden daarna door naar het dorp Scheffau am Wilden Kaiser, in Oostenrijk, waar we veel gewandeld hebben. Konrad kwam hier veel als kind en we bezochten de Hintersteinersee waar hij toentertijd zwom. De kleur van het water was zo blauw als een kleurpotlood. Elke dag aten we ijs of Kaiserschmarrn en ik maakte mijn eerste wandeling rond een boomgrens. De dagen waren warm, de kaft van het schetsboekje raakte gevuld met stempels van de wandelposten, we dronken Schorle op een Alm. Er was een nacht boven op een berg, waar we keken naar de maansverduistering. Op de terugreis gingen we langs Heidelberg, toen we ’s avonds aankwamen was het 37 graden. We aten in een tuin, staken de Neckar over om een graf te bezoeken, en liepen tot heel laat over de onbelichte Philosophenweg. Haast blind liepen we gearmd het pad af, om ons heen hoorden we mensen onderweg naar feesten. Op het moment dat ik bang was verdwaald te zijn, krulde het pad recht de stad in, en bracht ons precies voor een ijssalon die open bleek, waar we ons laatste ijs van de vakantie aten.

Lenteflits

Zo, even door de afgelopen lente heen flitsen. (1) Er was een heel leuk lezersfeest van de KJV, de Kinder- en Jeugdjury van Vlaanderen. Het lezersfeest was in Mechelen, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor was genomineerd en Benny Lindelauf en ik waren op het feest. Foto’s van het KJV feest zijn van Michiel Devijver en staan hier. Heen en terug reisden Konrad en ik door het bloedwarme Vlaamse landschap in de auto van mijn ouders.
(2) In WG Kunst hebben Wasco, Hein de Kort, Joost Halbertsma, Marlyn Spaaij, Maaike Hartjes en ik gewerkt aan een expositie plus magazine, over de stad van de toekomst genaamd Futuropolis. In dezelfde week maakte ik twee tekeningen voor Het Parool (3). Ik gaf een lezing op de Illustratie Biënnale, (4) wat een behoorlijk doodeng was om te doen, ik heb er heel erg lang voor lopen zenuwpezen. Het was interessant om te zien hoe illustratoren hun vak opvatten, en daarbij het spectrum van steeds meer tinten voorzien. Aanrader om te gaan, over twee jaar. Tegelijk waren in Haarlem de Stripdagen bezig. Er was mooi werk te zien van Frans Masereel. In 2012 was er op de Stripdagen een etalageproject waarbij tekenaars werk lieten zien in de binnenstad. Mijn tekeningen hingen in een lampenkappenwinkel. Éen tekeningetje ben ik vergeten mee te nemen. Zes jaar later ben ik blij te zien dat het er nog hangt (5). Op de Stripdagen werd ook het magazine Scratches II gelanceerd, waar ik een bijdrage voor heb getekend (6). Ik bezocht het Teylers Museum, daar was ik erg te spreken over het werk ‘Gezicht in het Hartzgebergte’ van Barend Cornelis Koekkoek (7). Nog een selectie van dommigheden, ik ging op de verkeerde dag naar de Pride in Utrecht (een week te vroeg), scheerde mijn hoofd per ongeluk kaal, liet al mijn originelen voor een nieuw kinderboek in de kroeg liggen en toen ik daarachter kwam had ik daar zo de pest in dat ik de boekenkast schopte en mijn teen kneusde. Maar de waag staat nog goed, want de Pride die week daarna wél was, was één groot feest (8).
Zwaarwegend in blijdschap was het winnen van de Zilveren Penseel voor het boek de Fabeldieren (tekst: Floortje Zwigtman, uitgeverij Lannoo) (9).
Ik bezocht de eindexpo bij de AKV Sint Joost, waar ik zelf heb gestudeerd, en fotografeerde niet de nieuwe lichting maar wel heel melancholiek alle vensterbanken waar ik zelf graag zat. Er was een werk dat me erg aansprak, een film van een afstuderend kunstenaar, die een rotonde filmde waar iemand ’s nachts met een fiets met lege banden rondjes op maakt. Ik kon de naam van de maker niet vinden (10). Tot slot, voor het eerst in museum Catharijneconvent geweest, en met veel plezier de eigenaardigheden van de middeleeuwse werken bekeken.

Nieuwe (oude) koers

Mijn blog was ooit bedoeld als een stiekeme speeltuin in een hoek van het internet, een muur waar ik tegen kon zingen om te horen hoe het geluid terug zou kaatsen. Maar ik merk dat ik steeds minder hier plaats, omdat ik me verplicht voel om te vertellen wat er allemaal speelt op professioneel vlak. En dat vind ik helemaal niet interessant om te doen. Ik wil het anders. Voortaan, af en toe komt er een berichtje (iets als, hoera, ik heb een Zilveren Penseel gewonnen), maar meestal komen hier weer kleine snippers. Er moet rook uit de machine komen. Meestal non-interessant en meestal moet ik veel schaamte overwinnen om iets te plaatsen, maar, hij móet blijven draaien. Voor een ieder die zich heeft aangemeld om een mailtje te ontvangen bij elk nieuw blogbericht, voel je vrij om je weer uit te schrijven. Ik beloof dat ik niet teleurgesteld zal zijn.