archiveren

Gedaan

Er wordt hard gewerkt aan het in elkaar zetten van Aline! ALINE is een nieuw Kunststriptijdschrift dat op dit moment getekend en gemaakt wordt door Jeroen Funke, Anne Stalinski, Sanne Boekel, Charlotte Dumortier, Shamisa Debroey, Typex, Wasco, en ondergetekende. De vormgeving wordt gedaan door Rob Westendorp. Het thema van het eerste nummer wordt DOEM. Op het moment loopt er een crowdfunding via Voordekunst, die kan je hier vinden. Doneer iets als je iets kan missen, of, reserveer jouw exemplaar, of koop er gelijk een map vol kunst bij, via deze crowdfunding! Ben je ultra-skeer? Delen is ook heel fijn!

Wasco


Anne Stalinski

Charlotte Dumortier
Jeroen Funke

Sanne Boekel
Shamisa Debroey
Typex

 

<<<Mijn webwinkel gaat vanaf april voor een paar maanden dicht!>>>

Een goed moment om even een frisse wind door het tekenarchief te laten gaan. Je hoeft nu bij bestelling geen verzendkosten te betalen, als je bij het betalen de code PAPIERHIER gebruikt. Daarmee zorg je er voor dat deze lente mijn ladekasten iets leger worden, en jouw muur iets voller!

Update: de winkel is weer geopend! Hij is te vinden via: https://ludwigsmachine.cargo.site/Work


In de herfst van 2018 won ik het Gouden Penseel voor het boek Fabeldieren, geschreven door Floortje Zwigtman, zag ik twee te gekke concerten (eentje in een klein zaaltje in de Bijlmer, en de ander in de Oetkerhalle in Bielefeld) en ik veranderde van huis. Er was een omslag voor tijdschrift Lezen die ik maakte, ik kocht mijn eerste tekentafel ooit en stond met tekeningen in de Tirade. Voor het boek ‘de schelmenstreken van Reinaert de Vos’, geschreven door Koos Meinderts, maakte ik een tekening. Ook mocht ik twee workshops geven bij de Teekenschool van het Rijksmuseum en kocht ik veel nieuwe tekenmaterialen. (Desalniettemin bleef ik in de herfst chronisch ontevreden met de tekeningen die ik maakte.)





De podcast ‘De Eeuw van de Amateur‘ (luistertip!) had een rubriek die ‘de krant van drie maanden geleden’ heette, waarin Botte het nieuws van, ja, drie maanden terug vermeldde. Oud nieuws voelt vreemd, als een gepasseerd station dat na het passeren ook nog opgeheven wordt. Het voelt ook raar om een dagboek bij te houden, circa 150 dagen na de desbetreffende dagen. Het voelt stom om nú een samenvatting te schrijven over de zomer van 2018, maar als ik al het raar en stom aan de kant schuift, het voelt nog vreemder om het níet te doen. Ik ruim mijn computer op, bekijk foto’s en probeer vorig jaar te reconstrueren. Het lukte me de laatste jaren steeds slechter om een besef van tijd en duur te behouden. Als mijn moeder aan de telefoon vroeg wat ik het afgelopen weekend had gedaan, kon ik eigenlijk niet echt antwoord geven. Dat is waarschijnlijk omdat je als tekenaar geen harde scheiding hebt tussen werk en vrije tijd, doordeweeks en het weekend, en omdat de dagen zo geleidelijk in elkaar over dimmen. Nu ik de foto’s bekijk denk ik, aha, ik heb ook andere dingen gedaan dan ’s nachts wakker geleden en ’s dags boven de tekentafel gepiekerd.

D
e zomer van 2018. Ik zag mijn familie aan moederskant voor de jaarlijkse familiedag op de kermis van Oosterhout, waar wij altijd als groep snel overprikkelde en gevoelige mensen ons laten vermoeien door licht en geluid. We spelen dan spelletjes kamelenrace en eigenlijk blijven we zitten tot bijna ieder van ons wel een keer gewonnen heeft. Vroeger kregen wij van oma Bakx geld voor de kerremis, dat ze aan ons gaf vanuit een ligstoel. Het voelde als een plechtig moment en ik was er altijd heel zenuwachtig voor. Ik herinner me ook dat ze ons eens veel te veel kermisgeld gaf, omdat ze door dementie niet meer begreep wat een geschikt bedrag was, en dat mijn zus en ik voor een kort moment in de wolken waren, totdat we bij deur het geld weer moesten inleveren bij mijn moeder.

Later deze zomer ging ik met Konrad naar Bielefeld, om mijn eerste paar bergschoenen ooit te kopen. Daarna gingen we door naar München, waar hij moest werken, ik vulde de tijd met het wandelen in de Englischer Garten en het Deutsches Museum, en met tekenen en lezen. We reden daarna door naar het dorp Scheffau am Wilden Kaiser, in Oostenrijk, waar we veel gewandeld hebben. Konrad kwam hier veel als kind en we bezochten de Hintersteinersee waar hij toentertijd zwom. De kleur van het water was zo blauw als een kleurpotlood. Elke dag aten we ijs of Kaiserschmarrn en ik maakte mijn eerste wandeling rond een boomgrens. De dagen waren warm, de kaft van het schetsboekje raakte gevuld met stempels van de wandelposten, we dronken Schorle op een Alm. Er was een nacht boven op een berg, waar we keken naar de maansverduistering. Op de terugreis gingen we langs Heidelberg, toen we ’s avonds aankwamen was het 37 graden. We aten in een tuin, staken de Neckar over om een graf te bezoeken, en liepen tot heel laat over de onbelichte Philosophenweg. Haast blind liepen we gearmd het pad af, om ons heen hoorden we mensen onderweg naar feesten. Op het moment dat ik bang was verdwaald te zijn, krulde het pad recht de stad in, en bracht ons precies voor een ijssalon die open bleek, waar we ons laatste ijs van de vakantie aten.

Zo, even door de afgelopen lente heen flitsen. (1) Er was een heel leuk lezersfeest van de KJV, de Kinder- en Jeugdjury van Vlaanderen. Het lezersfeest was in Mechelen, Hoe Tortot zijn vissenhart verloor was genomineerd en Benny Lindelauf en ik waren op het feest. Foto’s van het KJV feest zijn van Michiel Devijver en staan hier. Heen en terug reisden Konrad en ik door het bloedwarme Vlaamse landschap in de auto van mijn ouders.
(2) In WG Kunst hebben Wasco, Hein de Kort, Joost Halbertsma, Marlyn Spaaij, Maaike Hartjes en ik gewerkt aan een expositie plus magazine, over de stad van de toekomst genaamd Futuropolis. In dezelfde week maakte ik twee tekeningen voor Het Parool (3). Ik gaf een lezing op de Illustratie Biënnale, (4) wat een behoorlijk doodeng was om te doen, ik heb er heel erg lang voor lopen zenuwpezen. Het was interessant om te zien hoe illustratoren hun vak opvatten, en daarbij het spectrum van steeds meer tinten voorzien. Aanrader om te gaan, over twee jaar. Tegelijk waren in Haarlem de Stripdagen bezig. Er was mooi werk te zien van Frans Masereel. In 2012 was er op de Stripdagen een etalageproject waarbij tekenaars werk lieten zien in de binnenstad. Mijn tekeningen hingen in een lampenkappenwinkel. Éen tekeningetje ben ik vergeten mee te nemen. Zes jaar later ben ik blij te zien dat het er nog hangt (5). Op de Stripdagen werd ook het magazine Scratches II gelanceerd, waar ik een bijdrage voor heb getekend (6). Ik bezocht het Teylers Museum, daar was ik erg te spreken over het werk ‘Gezicht in het Hartzgebergte’ van Barend Cornelis Koekkoek (7). Nog een selectie van dommigheden, ik ging op de verkeerde dag naar de Pride in Utrecht (een week te vroeg), scheerde mijn hoofd per ongeluk kaal, liet al mijn originelen voor een nieuw kinderboek in de kroeg liggen en toen ik daarachter kwam had ik daar zo de pest in dat ik de boekenkast schopte en mijn teen kneusde. Maar de waag staat nog goed, want de Pride die week daarna wél was, was één groot feest (8).
Zwaarwegend in blijdschap was het winnen van de Zilveren Penseel voor het boek de Fabeldieren (tekst: Floortje Zwigtman, uitgeverij Lannoo) (9).
Ik bezocht de eindexpo bij de AKV Sint Joost, waar ik zelf heb gestudeerd, en fotografeerde niet de nieuwe lichting maar wel heel melancholiek alle vensterbanken waar ik zelf graag zat. Er was een werk dat me erg aansprak, een film van een afstuderend kunstenaar, die een rotonde filmde waar iemand ’s nachts met een fiets met lege banden rondjes op maakt. Ik kon de naam van de maker niet vinden (10). Tot slot, voor het eerst in museum Catharijneconvent geweest, en met veel plezier de eigenaardigheden van de middeleeuwse werken bekeken.

Mijn blog was ooit bedoeld als een stiekeme speeltuin in een hoek van het internet, een muur waar ik tegen kon zingen om te horen hoe het geluid terug zou kaatsen. Maar ik merk dat ik steeds minder hier plaats, omdat ik me verplicht voel om te vertellen wat er allemaal speelt op professioneel vlak. En dat vind ik helemaal niet interessant om te doen. Ik wil het anders. Voortaan, af en toe komt er een berichtje (iets als, hoera, ik heb een Zilveren Penseel gewonnen), maar meestal komen hier weer kleine snippers. Er moet rook uit de machine komen. Meestal non-interessant en meestal moet ik veel schaamte overwinnen om iets te plaatsen, maar, hij móet blijven draaien. Voor een ieder die zich heeft aangemeld om een mailtje te ontvangen bij elk nieuw blogbericht, voel je vrij om je weer uit te schrijven. Ik beloof dat ik niet teleurgesteld zal zijn.

Elias Canetti – De behouden tong. Ik was net afgestudeerd en woonde in een donkere kamer in een oud huis in Breda, waar de klimop zijn weg naar binnen zocht. Buiten was het zomer, binnen lag ik op de grond te lezen. Ik las ‘massa en macht’ van Canetti en werd er verliefd op, op het fragmentarische en het overkoepelende van zijn schrijven. Het boek is als een sterrenstelsel. Sindsdien koop ik alles van Canetti dat ik tegenkom, en ik geef het net zo lief weer weg. Dit is de derde ‘behouden tong’ in mijn bezit. Ik weet niet hoelang ik hem kan behouden.



Al snel te slecht weer voor een wandeling en daarom met de auto rondgereden, langs stuwdammen, jezussen en spekkoekbergen (term van Bram de Wijs). ’s Avonds met een geitenbok bij de kachel gezeten. Het bokje was geboren met gevouwen pootjes waardoor ze niet hoog genoeg bij de moeder kon reiken voor melk. De eigenaar van de boerderij heeft haar beentjes gespalkt tot ze recht groeiden (?) en in de tussentijd haar zelf melk gegeven. Inmiddels houdt ze niet zo van andere bokjes, maar wel van mensen, en mekkert ze bij de voordeur om naar binnen gelaten te worden.

Van Bologna – San Benedetto Val di Sambro in een Fiat500. Op zoek naar koffie en ijs namen we een afslag die drie kilometer een binnenweg volgde, hoger de bergen in. De eerste kilometermeter lag er nog asfalt, daarna niet meer en werd de weg steeds slechter.
Wat is het punt waarop je gaat omdraaien? Is dat op het moment dat weg niet meer verhard is, de kuilen steeds dieper en gevuld met water zijn, of als de bochten steeds scherper worden en dichter bij de klif komen? Na elke bocht dachten we, dan kan dit stukje óók nog wel. En bij de laatste kilometer sloegen we een bocht om, meer het bos in, er lag een tak op de weg. Bij een verkenning te voet zagen we, na déze bocht is de weg weg. Omgedraaid en teruggegaan.
Het appartement in San Benedetto Val di Sambro was geweldig, we sliepen in een grote boerderij met veel geiten en kippen. In de streek hebben we sowieso veel grote kippenrennen gezien, waar lobberige labradors verrassend snel meerennen met wandelaars die voorbij komen. De honden zijn tegen de vossen denk ik. De hokken worden gemaakt van restmateriaal, vooral bedbodems. In de namiddag wandelen we nog een stukje van Via Degli Dei (de wandelroute tussen Bologna en Florence.)


De laatste dag van de beurs. Ook vandaag weer vanuit het hotel te voet gegaan en onderweg de treurige bomen gefotografeerd. De donderdag is een rustige beursdag, een geschikt moment om de exposities te bekijken nu er geen mensen rijendik over de schouders turen.
Bij de Duitse stand vond ik een prachtig prentenboek, Stadt am Meer (oorspronkelijke titel: Town is by the Sea), geschreven door Joanna Schwartz en prachtig geïllustreerd door Sydney Smith. De Duitse uitgevers waren, net als veel andere uitgevers op de donderdag, al vertrokken en het was bevreemdend op een bijna verlaten plek door boeken te bladeren. (Vaak blijft er nog één waarnemer van de uitgeverijen over.) Bij dit boek raakte ik ontroerd. Het licht en kleur van de prenten is zó goed, het is de zon van een kustplaats. Het boek is enorm zintuigelijk en filmisch geïllustreerd, je ruikt en hoort en proeft de zee en je ziet beweging tussen de beelden. Echt, steengoed.
Na een laatste ronde over de beurs besloten we nog Bologna te bekijken. In de kerk vond ik een paar mottige maria’s. Niet mottig omdat ze bedompt of lelijk waren, maar omdat de vorm van hun kledij deed denken aan de rugkant van een mot op de muur. Religie op handformaat. In een boekenwinkel vond ik jaloersmakend veel vakliteratuur over strips en jeugdliteratuur.

Dag 2 op de Bologna Children’s Book Fair. Veel meer tijd om de uitgeverijen en de boeken te bekijken, bij de exposities zelf was (van eregastland China en een selectie aan illustratoren wereldwijd) nog steeds te druk om het werk goed te kunnen zien. Nog een mooi toeval. Ik zie opeens het boek ‘De vogels’ op een groot beeldscherm staan, in een rij van andere boeken. Als Konrad aan de Chinese delegatie vraag wat ze gaan vertellen, krijg ik voor het eerst de Chinese vertaling van het boek in handen en kijk ik beduusd naar de presentatie. Even later vertelt de presentatrice enthousiast dat er een tekenaar in de zaal zit, vraagt (‘Loei-ie Volbea’) naar voren en dan improviseer ik met weke knieën een woord van dank. De Chinese vertaling is gaaf om te zien, het karakter op het omslag lijkt wel een vogel op zichzelf. ’s Avonds afspraken op het Piazza Maggiore, daarna in slaap gevallen en andere plannen daardoor gemist.

Ik ben net terug van een paar dagen Italië. Hier volgt een beknopt (foto-)verslag van de reis.
Dag 1 in Bologna voor de Bologna’s Children’s Book Fair. Dit was mijn eerste keer op deze kinderboekenbeurs en ik viel met mijn neus in de boter, met een solo-expositie in de centrale hal, een interview en het illustreren van het omslag van de Illustrators Annual 2018. Het interview werd gehouden door Ali Boozari, illustrator uit Iran en jurylid van de BiB-prijs.
De beurs zelf ligt op een plek die we al snel de Bologna Bijlmer noemden, vanwege de combinatie van groen op de grond en beton in de lucht. Tussen de (leegstaande?) flatgebouwen lagen trappenhuizen die alleen beklommen kunnen worden door zij die zonder hoogtevrees zijn. Na de beurs de eerste verkenningen in het centrum en héél goed en gezellig gegeten met uitgeverij Leopold.

Hoera, Tortot is nu ook in het Duits verschenen! Wie Tortot sein Fischherz verlor. (Stiekem ben ik extra blij met de Duitse uitgave, omdat het boek nu ook leesbaar is voor de Duitse familie van mijn lief, die ik eigenlijk wel een beetje door dit boek heb leren kennen.) Dank je wel Bettina Bach voor de vertaling en bedankt Jacoby & Stuart voor de uitgave!