Peren

‘Ken je het verhaal van Maria al?’ zei ze, terwijl ze zich over mij heen boog en me zachtjes optilde, op haar arm zette. Ik wist niet of ze gewoon door mijn haren streek of mijn oren wilde afleiden tot we de kamer uit waren. ‘Maria’ zei ze, ‘Maria prikte zich aan een naaldboom en sliep daarna wekenlang.’ Achter ons sneuvelde een kopje.

Ik lig op de koele keukenvloer. Een briefje op de wand met een tandartsafspraak van zeven jaar geleden. Gedroogde veldbloemen in bossen aan het houten plafond. Koelkastmagneten, de letters die we tekort kwamen vervangen door iets dat er op lijkt. Mari. Ludwik. Niet iedereen staat er op. Misschien dat de zussen elkaars namen afwisselend afbraken om het eigen tekort aan te vullen. In de koelkast staat alleen nog maar wat bier. Het is een huis geworden voor op doortocht, er zijn geen dingen meer te vinden die kunnen bederven. Wat flessen rode kool en rode bieten.

En de boom is gekapt.

Ik kijk naar de lamp waar nu de vliegen in wonen.

Mijn oma had in de tuin een perenboom. Dat jaar kwam niemand mijn oma bezoeken voor haar verjaardag. Mijn moeder ging niet omdat haar zus zou komen, haar zus kwam niet omdat mijn moeder er zou zijn, oma’s zus had haar heup gebroken, oma’s andere zus wilde in Görlitz naar een tentoonstelling. Niemand kwam de peren plukken. Ze werden zwaarder, vielen op de gedekte buitentafel, op de bankjes en de tegels, en rotten weg. We vonden oma toen ze donker was geworden.

‘Als het nacht is regent het zwart’ zei ze ook.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: