Over vervangingen

Bovenstaande foto is het huis van opa en oma Volbeda aan het Wilhelminakanaal bij Oosterhout. Opa woont er nog. Ik herken stukken van het huis, alleen is denk ik de behuizing niet meer van hout. Ik weet niet of het hout is weggehaald of dat er steen tegenaan is gemetseld. Bij het laatste kan je huis wel groter worden maar niet ruimer. En als ik veel tekeningen aan de muur hang is mijn kamer niet kleiner maar wel krapper.

In de betonnen aanbouw zitten denk ik al kennels of stallen. Wij speelden nooit op de de dijk omdat we liever op de koetsen zaten of in de stapmolen liepen. Er was een buurman met een autokerkhof. En stenen voor het oprapen.

Nadat mijn moeder haar auto aan vrienden had verkocht aan ging hij bijna aan één stuk door kapot. Onderdeel na onderdeel moest vervangen worden. Als je dat in het absurde doortrekt heb je misschien na een jaar wel een compleet andere auto. Zo gaat dat ook met onze cellen maar ik voel me niet bewust vervangen door een andere verzameling na een x-aantal jaar. Als je dat proces geestelijk wilt meemaken moet je misschien het Birmese namensysteem hanteren. In Birma hebben de meeste mensen geen achternamen en je naam is afhankelijk van de dag waarop je geboren bent (en nog tientallen variabelen.) Maar, en dat vind ik een prachtig idee, je naam ligt niet voor altijd vast. Als je een nieuwe levensfase ingaat of een ongeluk hebt gehad en je naam daarom wilt afschudden, kan je je naam veranderen. Ben je trots op een boek dat je hebt geschreven, dan plaats je de titel voor je naam. Ik ben benieuwd of Birmezen het gevoel hebben zichzelf op deze manier te kunnen vervangen en hoelang het duurt voordat ze gewend zijn aan hun naam.

Over mensen en hun machines. 

Een Rube Goldberg machine is een complexe machine die een simpele taak moet verrichten, iets als het poetsen van een schoen of het optillen van een lepel. Zo’n machine of machine-idee is vernoemd naar de Amerikaanse cartoonist Rube Goldberg (1883-1970). Maar ik kwam er vandaag achter dat er ook een Britse cartoonist is geweest die rond dezelfde tijd ook dit soort machines tekende. Bovenstaande illustraties zijn van hem, W. Heath Robinson (1872-1944). Ik vind ze heel erg mooi. En hoe de Britten rond de Eerste Wereldoorlog een houtje-touwtjeconstructie noemen? Een Heath Robinson contraption. 

Over werkplekken

Twee dingen zijn belangrijk voor een goede werkplek voor mij. Afzondering en eentonigheid. Bovenstaande foto’s is van een werkplek die ik ooit heb gehad. 

‘Torenkamer dag 2 – Sfeer van Eentonigheid

Ik moet in een sfeer van eentonigheid verkeren voordat ik iets uit mijn handen krijg. Daarom was ik altijd het meest productief in een dorp in Brabant. Ik werkte op een zolder in een vinexwijk, ingeklemd tussen bedrijfsterreinen. Die wijk kwam er omdat er nog een lege plek op de kaart was. Leeg is de gemeentelijke term voor natuurgebied. Ik heb geen heimwee naar die buurt, wel naar de zolder. Ik dacht vandaag na over alle uitzichten die ik op werkplekken heb gehad. Vanuit mijn vorige atelier in Den Haag keek ik uit op de Doubletstraat, een straat met raamprostitutie. Daar zag ik een man die aan het begin van de straat zijn hond uitliet. (Hoe ruikt die straat voor de hond?) Hij liet steeds de lijn vieren waardoor zijn hond de straat inliep en haalde hem dan weer terug. Na een tijd was zijn hond weg en stond hij voor de ramen. De hond was zijn verkenner en zijn alibi. Het grappigste van het uitzicht in het Vondelpark vind ik de hardlopers. Ze kijken steeds naar een apparaat op hun arm. Alsof rennen een onderzoek is naar de optimale verhouding tussen kilometers en tijd, in plaats van gewoon jezelf laten vallen en steeds op tijd je juiste voet naar voren plaatsen.’