Angst

Ik ben voor bijna alles bang geweest:
voor ’t donker, voor figuren op het kleed
voor stilte, voor de schorre kreet
van de avondlijke venter, voor een feest,
voor kijken in de tram en voor mezelf.
Dat zijn nu angsten, die ik wel vertrouw
Er is één ding gekomen, dat ik boven alles vrees
en dat mij kan vernietigen; dat ik bedelf
onder een vracht van rede, tot het wederkeert:
dat is het nuchtere gezicht van mijn mevrouw
wanneer zij ’s morgens in de kamer treedt
samen met het ontluisterd licht en dat ik weet
wat ze zal zeggen: nog geen brief, juffrouw.

M. Vasalis,
uit Parken en Woestijnen.

Over knipjes. Toen ik als 15-jarige heel veel online schietspellen speelde was er niets zo irritant als een ‘lag’. Een slechte verbinding waardoor tegenspelers opeens voor je neus stonden. De beweging die er daaraan vooraf ging was door de verbinding niet doorgekomen. Toen ik acht was had ik een vriend met een stroboscoop. Hij verduisterde zijn […]