Over het zoeken naar wit. 

Voor (een waanzinnig gave) opdracht moet ik een zwarte lijn op wit papier zien te krijgen. Is dat zo uitzonderlijk moeilijk? Ik dacht van niet, maar dat bleek het wel. Ik werk met copic multiliners 0.03 (dat is heel erg dun) en ik heb eigenlijk nooit tekeningen ingescand zonder de achtergrond mee te willen nemen. Die donkere ondergrond gaf mij de randen van het vlak, een tekening zwemt niet in een lege ruimte. Maar voor boekillustraties kan dat natuurlijk niet dus het werd tijd om het wit te vinden. 

Bij ‘de vlieger’ ging ik op zoek naar geschikt papier. Ik nam stapels mee, noteerde de namen en ging thuis tekenen en scannen, tekenen en scannen. Hoofdje hier, hoofdje daar. Het slechte nieuws? Mijn lievelingspapier is het meest donkere papier. Het goede nieuws? Dat was er niet. Er was geen papier goed genoeg. 

Markerpad na markerpad geprobeerd. Tot ik in breda een blok papier vond dat perfect inscande. Het slechte nieuws?  Het verwoeste mijn 0.03 reservepuntjes. Er zit een soort coating op het papier waar mijn fineliners allergisch voor bleken. 

Toen kreeg ik bij het bestellen van cartridges een gratis pak 80-grams printpapier. Printpapier. Dat papier dat al kan kreukelen door je blik. En het is het beste papier tot nu toe, in deze zoektocht.

  • Samenvattend (dit is alleen maar interessant voor mijzelf maar in mijn mail raakt het kwijt).
  • – Epson perfection v600 scanner, scan de tekening op 800 dpi, grijswaarden.
  • – Gebruik vaste levelinstellingen in photoshop voor elke tekening. 
  • – Bewaar ook originele scan in psd. bestand
  • – Werk uit op 115% standaard.
  • – 0.03 copic multiliner, A. B. C. D. E. F. Nog 8 pakjes reservepuntjes. Bestel nieuwe bij 2 pakjes. 

Over overtolligheid.

Even geen facebook meer. Geen instagram meer. Geen twitter meer. (Ik heb wel twitter maar weet het wachtwoord niet en ik weet ook niet meer aan welk adres ik het heb gekoppeld. Twitter is een robot die uit mijn naam automatisch deze blogberichten herplaatst.) 

Ik heb deze dingen weggedaan omdat ik ze overtollig vind. Als ik per se een hoek op het internet moet hebben, laat het dan een blog zijn. Een hoek, geen kruispunt. En ik sta met mijn gezicht naar de muur en werp iets over mijn schouder zonder voortdurend om te kijken. Is dat geen variant op het romantische idee van voor-jezelf-schrijven? Ja, maar ook ideeën die gelogen zijn kunnen bruikbaar blijken.

Met betrekking tot spullen zijn er twee richtingen in mij die aan mij trekken. Ga ik woekeren of ga ik snijden? Terwijl ik dit schrijf schiet steeds de zin ‘spullen maken schuldig’ door mijn hoofd. Ik weet niet precies wat ik hiermee wil zeggen en ik denk dat elke zin eindigend op ‘schuldig’ naar engagement of het christendom ruikt maar ik denk dat het rondzingt omdat ik mij schuldig voel omdat ik dingen bezit. 

En nu ik verhuis merk ik dat het er misschien te veel zijn. In plaats van dat ze dun, uitgespreid en vanzelfsprekend in de woning zijn, liggen ze nu geconcentreerd in dozen die ik amper kan tillen. De uitgesmeerde jam terug in de pot. Als ik een doos til zakt de bodem door, alsof de dingen daar willen blijven. Van de acht dozen die ik nu heb ingepakt zijn er zeven met boeken. De eerste laag van overtollig boek, (dat wil zeggen, boeken waar ik niet echt verliefd op werd of die verder ook geen passages hadden waar ik verliefd op werd) heb ik al jaren geleden in het ouderlijk huis gelaten. Misschien is het tijd om een tweede laag af te schudden. Ik lees soms het idee dat als je meer en meer wegsnijdt, je een essentie zal overhouden. Maar wat als je essentie in de verscheidenheid ligt? 

Mensen voelen verschillende grenzen van verzadiging aan. De hoeveelheid stof in het huis van mijn ouders is klein. Zij vinden veel overtollig. Als je naar de afbeelding van het atelier van Francis Bacon kijkt (de foto rechts. De foto links is de kamer van Henry Darger), dan kent die ruimte eigenlijk geen verzadiging. Zelf verlang ik naar een ruimte met geen spullen, spul, stof (en synoniemen). Maar ik neig naar slib.